Zo’n 60% van de ruiters leggen het zadel te ver naar voren. Dit lijkt heel veel en dat is het ook.. Graag zouden we zeggen dat dit alleen voorkomt bij de minder ervaren ruiters of amazones, maar dat is zeer zeker niet het geval. Zelfs de meest doorgewinterde (professionele) sporter moeten zo nu en dan worden gewezen op de correcte plaatsing van het zadel. De correcte plaatsing van het zadel is cruciaal voor de pasvorm, het comfort voor jou als ruiter, en de bewegingsvrijheid van je paard! In dit blogartikel vertellen we je meer over waar je je zadel moet neerleggen voor de optimale bewegingsvrijheid.
1. De schouder
De schouderbladen van je paard hebben een spierlijke verbinding met de wervelkolom. Dat betekent dat de schouders van je paard los over de ribbenboog bewegen en enkel op hun plaats gehouden worden door spieren en pezen. Er is dus geen benige verbinding van de schouders met de wervelkolom! Om je paard zo optimaal mogelijk te kunnen laten bewegen is het belangrijk dat de schouders volledig kunnen roteren en je paard zijn wervelkolom optimaal kan bewegen om de door jou gevraagde oefeningen te kunnen uitvoeren.
Bij de schouder begint het eerste markeerpunt ten opzichte van de ligging van je zadel. Dit punt is zo’n 3 vingers breed achter de bovenkant van het schouderblad, gemeten vanaf de voorkant van de zadelboom. Veel ruiters leggen het zadel tegen, of zelfs óp de schouder. Op deze manier ervaart het paard enorm veel druk op de schouderbladen waardoor je paard onvoldoende de schouders kan roteren. Op den duur kan er zelf schade ontstaan aan het kraakbeen van de schouders. Daarnaast zal je zadel, indien goed aangemeten, achterover hellen op het moment dat je het te ver naar voren legt. De schouders van je paard zijn namelijk breder dan het gedeelte net áchter de schouders. Dit zorgt weer voor een verhoogde druk ter hoogte van de laatste ruggenwervels, T15/16/17/18. Hierover later meer.
2. De schoft
De rug van je paard bestaat uit 18 borstwervels. Deze borstwervels bestaan uit een wervellichaam, dwarsuitsteeksels (maken contact met de ribben) en doornuitsteeksels. Deze doornuitsteeksels noemen we vaak de ruggengraat, het werkelijke wervelgewricht ligt een stuk dieper. Deze doornuitsteeksels vormen ook de schoft van je paard, maar ook daar ligt het werkelijke wervelgewricht een stuk dieper. De schoft moet vrij liggen van de kamer van je zadel wanneer je erop zit.
3. De borst- en lendenwervels
Na de laatste borstwervel beginnen de lendenwervels. De lendenwervels zijn anders van vorm, hieraan zitten namelijk geen ribben meer vast. Het werkelijk dragend gedeelte van het zadel mag dus niet voorbij de laatste borstwervel komen, omdat daar geen ribben zijn die het zadel kunnen dragen en het lichaam van je paard beschermen tegen de druk van het zadel. Als het dragend gedeelte van het zadel voorbij de laatste borstwervel komt zal het zadel direct invloed hebben op de weke delen van je paard en dat kan problemen opleveren.
Het paard zal als gevolg hiervan de spieren aanspannen, wil zijn rug niet optimaal ontspannen en rond worden, wordt beperkt in zijn schoudervrijheid en zal in sommige gevallen zelfs kunnen gaan bokken (bij een verhoogde druk op T15/16/17 kan er namelijk een bokreflex ontstaan). Mocht je nu merken dat je zadel voorbij deze laatste rib komt, leg dan niet je zadel verder naar voren. Je lost dan namelijk het ene probleem op, om vervolgens voor bij de schouders een volgend probleem te creëren. Een te lang zadel is vrijwel onmogelijk te corrigeren, neem dus contact op met je zadelpasser als je vermoed dat je zadel te lang is.
4. De singel, het borstbeen en de ribben
Ieder paard heeft een singelgroeve, bij de ene is deze wat meer geprononceerd als bij de ander. De ligging van deze singelgroeve is per paard verschillend, maar ligt normaliter ongeveer 10 centimeter achter de elleboog. Vanaf de zijkant van je paard is deze zichtbaar op de plaats waar de ribben van je paard licht omhoog, of juist licht omlaag gaan.
Het is belangrijk dat hier rekening mee wordt gehouden bij het aanmeten van een zadel, de singel zal namelijk altijd de weg van de minste weerstand opzoeken; de plaats van de singelgroeve. Daardoor is de ligging van de singelgroeve dus direct van invloed op de ligging van je zadel, een meer voorwaartse singelgroeve zal het zadel ook wat meer voorwaarts laten neigen! Als het zadel te ver naar voren wordt gelegd ten opzichte van de schouder, dan komt de singel automatisch kort op, of zelfs tegen de ellebogen van je paard te liggen. Dit is ontzettend oncomfortabel en kan zorgen voor schuurplekken, drukkingen, en kan op den duur zelfs zorgen voor singelnijd! Dit alles geldt natuurlijk ook voor zadels die naar voren schuiven…
Je ziet wel hoe belangrijk het is dat het zadel juist wordt geplaatst, anders kan zelfs een perfect aangemeten zadel voor veel problemen zorgen!